6. WC-EEND

Waar waren we? Wacht, ik denk even na. O ja. RTV Maastricht heeft twee nominaties gekregen van de OLON, de Organisatie van Lokale Omroepen Nederland. Dat vinden we sympathiek. We zijn tenslotte het best bekeken nieuwsplatform van de stad, met de hoogste gebruikersinteractie (zo noemen we bijvoorbeeld de verfrissende douche aan commentaren, likes en shares op Facebook). Onze eerste nominatie is voor Beste Lokale Omroep van het Jaar, voor de manier waarop wij sinds een jaar uitvoering geven aan de uitdagende spagaatopdracht tegelijk te bezuinigen en te vernieuwen. De tweede nominatie kregen we in de categorie Nieuws. Die danken wij met name aan de stoot uitzendingen rondom de openstelling van de Willem-Alexandertunnel, december afgelopen jaar. Dat leverde geregeld rode oogjes op – het zijn extraatjes naast het reguliere nieuws – maar bovenal uniek en verrassend materiaal: door interviews met de vele omwonenden en professioneel betrokkenen, met het vervaardigen van mooie timelapse-bouwputfilms en – omdat we toch bezig waren – met een serie over rol en betekenis van de tunnel in de cinema.
          Het tunnelverhaal vinden we belangrijk: een stedelijke verkeersslagader die jarenlang op de schop gaat raakt nou eenmaal alle inwoners van de stad. Sindsdien bekijken we iedere keer opnieuw met welk onderwerp ons station breed moeten uitpakken. Zo maakten we extra uitzendingen rondom alle nieuwe bedrijvigheid in en rond het MUMC+ (de naam Maastricht Health Campus moet nog een beetje landen) en inventariseerden we het Maastrichtse kunstenpalet, met aanvullende episodes van programma Dat kan m’n neefje ook, rondom de Museumnacht en de Kunsttour. Lekker laagdrempelig, want programma’s over kunst hoeven zelf niet arty te zijn – alsjeblieft niet.
          Dan was er recent de serie Countdown to meltdown – of nee, zo luidde de werktitel, uiteindelijke kozen we voor het neutrale Tihange. Wat die omstreden kerncentrale nabij Luik te maken heeft met Maastricht, vroegen een paar kijkers. Fallout discrimineert niet, riepen we dan. Of: vraag het nog eens nadat al je tanden zijn uitgevallen – als het vrienden waren. Anyway, het rumoer over kernenergie leverde een tiendelige nieuwsserie op, met een duizelingwekkende hoeveelheid argumenten voor en tegen, plus een live-uitzending op de dag dat 50.000 ongeruste burgers een menselijke protestketting vormden, simultaan op al onze platforms te zien en te horen. En gemaakt door een bevlogen ploeg die – zo meld ik trots – liefst voor de helft bestond uit vrijwilligers. Maar dat terzijde.

          Lokale politiek is ook een soort Tihange: je merkt er niks van tot het mis gaat. En dan stel je vast dat je ene familielid niet de zorg krijgt die het verdient, een ander geen betaalbare woning kan vinden, een derde doodmoe wordt van een ondeugdelijk arbeidstraject en een vierde van lieverlee verhuist omdat onroerend goed-speculaties tot gevolg hebben dat hij tegenwoordig twintig buurmannen heeft in plaats van twee. En een vijfde gelooft dat de apocalyps ophanden is omdat hij eindeloos I’ve been looking for freedom van David Hasselhof heeft moeten aanhoren. Die heeft natuurlijk wel een punt.
          Gelukkig zijn er gemeenteraadsverkiezingen, begin volgend jaar. Als kiezer een mooie gelegenheid om teleurstellende politici weg te sturen, de goeie te vragen of ze willen aanblijven en nieuwe hopefuls misschien ook een kans te geven.
          Dan is het belangrijk om te weten wat er zoal in de stad heeft gespeeld. Wat bewoog de gemeenteraad bijvoorbeeld om, niet lang na haar aantreden, in juli 2014 akkoord te gaan met een forse bezuiniging op cultuur, terwijl kort daarvoor alles erop leek dat die schaafplannen van tafel zouden worden geveegd? We gaan kijken naar een reconstructie, zou Peter R. de Vries zeggen.
          Het is ook fijn om de kandidaten een beetje te kennen. Als u in het stemhokje op zoek gaat naar de naam van Gerd Leers, zou dat namelijk zonde zijn van de tijd – ook al tijdens diens burgemeesterschap, trouwens. Nu behoort u tot die (schrikbarend slinkende) groep stadgenoten die bijvoorbeeld de NRC en De Limburger leest en u denkt: nou, het zal wel meevallen allemaal. Mijn tip: neem eens een paar straatinterviews af. En dan gewoon beginnen met: hoestnou?
          Wij zijn natuurlijk ook benieuwd naar de ambities van al die politieke kandidaten voor onze stad. Beleeft Maastricht een economische en culturele Gouden Eeuw, struikelen we bijkans over de briljante (ondernemers)geesten en is het slechts wachten op die internationale prijzenregen? Of moeten wij elkaar niet foppen, onze passantenrol erkennen en gewoon een bordje Museum naast de A2 plaatsen en drie euro toegang vragen?
          In onze gemedialiseerde samenleving kun je dergelijke vragen ook aan partijen en belanghebbenden zelf overlaten. Dat zie je steeds vaker. De slager jubelt op zijn website over “het beste vlees” en de verzekeraar over “de voordeligste premie”, opgepompt met oncontroleerbare cijfers. Aan de ene kant is het zorgelijk dat ook overheidsinstanties geregeld dit paadje verkennen – websites en andere communicatieve uitingen met ‘positieve verhalen’ – anderzijds laat de verwaarloosbare interactie met gebruikers zien dat de gemiddelde burger prima aanvoelt dat hij in een promotiecampagne verzeild is geraakt. Je weet het in ieder geval zeker als je na drie alinea’s nog steeds geen woordjes als ‘achterkamer’, ‘verspilling’, ‘onvolledige informatie’, ‘afleidingsmanoeuvre’ en ‘incompetentie’ bent tegengekomen. Oudere journalisten vatten dergelijke initiatieven samen met de nog altijd onovertroffen verkooptekst van die ene schoonmaakmiddelenproducent: wij van WC-Eend adviseren WC-Eend.
          Belastinggeld gespendeerd aan de beeldvorming over mensen die uw belastinggeld uitgeven – u voelt hem al aankomen – kan beter direct gaan naar de onafhankelijke publieke media, zoals RTV Maastricht, organisaties waar de redactionele inhoud gescheiden van is van de zakelijke kant, zoals het een vrije pers betaamt. We zouden dan bijvoorbeeld iemand kunnen aanstellen die zich grotendeels focust op lokale politiek, want nu moet die redacteur tussendoor een scheef hangende sluisdeur, een spraakmakende startup, een moord en een haperende zorgorganisatie verslaan. Dan zit er ook weer eens iemand in het persvak van de raadzaal. En kunnen we het spel vrolijk spelen zoals het is bedoeld.
          Zo’n regulier accent op de lokale politiek willen we in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar nog eens flink versterken. Niet enkel om bovengenoemde redenen, zeker ook omdat het huidige tijdsgewricht dat echt verdient. Meer dan ooit bivakkeren wij in onze eigen bubble. Een fijne illustratie hiervan vind ik de mevrouw die bij een azc protesteerde tegen ‘asielzoekende verkrachters’. Gevraagd hoe zij aan deze informatie kwam, riep ze: “Dat hep op Facebook gestaon!” Het zegt in breder verband misschien iets over het feit dat journalisten de Brexit, het draagvlak voor Trump, maar ook de ongekende verkiezingsnederlaag van de PvdA onvoldoende aan zagen komen. En als de pers zoiets al niet signaleert, hoe weet je dan als tegenstander van dergelijke fenomenen of je misschien een tandje wil bijzetten?
          Gaan de media hier nog een misser aan toevoegen? Ons voornemen – op bescheiden lokaal niveau, natuurlijk, maar dat is waar het begint – is: neen. Met een veelheid aan additionele programma’s op alle platforms wil RTVM uw stadsthermometer zijn in de aanloop naar de raadsverkiezingen, niet enkel vanuit uitvalsbasis Centre Céramique, maar vooral zwervend door de stad. En niet één keertje op locatie vanuit– pak ‘m beet – Caberg, Amby of Malpertuis, maar gewoon weken achter elkaar, live en lekker lang. Met de vele vrijwilligers die zich inzetten voor de wijk en met de ondernemers, asielzoekers, hulpverleners, politici, veroordeelde criminelen, kunstenaars, chef-koks en al die anderen die aan de hartslag – en het cholesterolgehalte – van een stad bijdragen. En met veel debat – samen vast genoeglijk de standpunten schragen in de aanloop naar de formelere twistgesprekken rondom de verkiezingsavond.
          Op andere fronten zitten wij evenmin stil: sport bijvoorbeeld gaat nadrukkelijker een plek in ons aanbod innemen. Zo krijg ik geregeld visoenen van een kwintet oudere heren – waarvan twee in scootmobiel – dat bijeen rond een bankje op de Geusselt-parkeerplaats de laatste voetbalwedstrijd recenseert, ongezouten en (deels) onverstaanbaar. Is dat een programma? Het is in ieder geval het begin van een programma. Zo brainstormen we deze zomer voort: over culinair Maastricht, over de tone of voice op de radio, over gevelstenen, over smartphone-verslaggeving, over extremely cold cases – vergeten stadsgeschiedenissen, zeg maar – over popmuzieklijsten, nieuwe themaweken, over de eerste mediapoëet van Maastricht en over hafabra-avonden, bij voorkeur in samenwerking met de verschillende stadspodia. En over de daklozen en anderszins ontheemden die de Maastrichtse gemeenschap telt. De mevrouw op de bijgaande foto, gemaakt door onze cameraman en fotograaf Ronald, heeft zojuist een kamer betrokken aan de Parkweg, met een tas van de Albert Heijn en een tas van de Jumbo. Daar zitten niet de boodschappen voor het weekend in, maar dat vermoedde u al. Hoe moet RTV Maastricht deze actualiteit nader uitdiepen, anders dan met regelmatige berichtgeving in het nieuws? Ik zie een scène voor me waarin deze dame van een drankje geniet in de tuin van haar nieuwe buurman. Samen schateren zij over ‘overlast’ en over de ‘waardedaling’ van zijn huis. Is dat een programma?

5. KUNST

“Bestaat de Nachtwacht over duizend jaar nog?” vroeg ik aan de directeur van de Stichting Restauratie Atelier Limburg.
            “Hooguit digitaal,” luidde zijn antwoord.
            Ik vind dat mooi, die tijdelijkheid van, eh… alles. Het stelt ook gerust, de volgende keer dat je over een Pollock of een Van Gogh struikelt. Maar goed, kunst dus. Ons blakende nieuwe kunstprogramma Dat kan m’n neefje ook heeft een eerste visitekaartje afgegeven rondom de Museumnacht, op zo’n beetje ieder platform dat ons ter beschikking stond. Dagelijks, na het nieuws, was er een extra tv-aflevering, onder andere over tentoonstellingen in het Theater aan het Vrijthof en het Bonnefantenmuseum. Op de avond zelf presenteerden we een twee uur lange radio-op-tv-show vanuit het Centre Céramique (zie Ronalds foto). Gelijktijdig werden de Facebook-adepten door cameraman en editor Igor Heemels verblijd met live-streams vanaf de andere locaties. En na het weekend was er natuurlijk een uitgebreide terugblik op tv. Enfin, het is allemaal terug te vinden op het web. Daar vind je bovendien de eerste Neefje-spinoff: de Keuze van de Cultuurmakelaar, waarin Wilma de Kluizenaar maandelijks een bijzonder cultureel evenement toelicht. En dan zouden we bijna vergeten dat er ook reguliere afleveringen van Neefje worden vertoond, iedere laatste vrijdag van de maand op tv, onder andere eentje in samenwerking met de Maastricht Academy of Media Design and Technology – vroeger heette dat gewoon de kunstacademie – en eentje over The Painted Bird, in Marres.  Kortom, Neefje ontwikkelt zich nu al tot een vrolijke media-octopus, de tentakels uitstrekkend over alles en iedereen met belangstelling voor kunst. En het is niet snel te gek. Een hele aflevering gemaakt door tieners met slechts een paar telefooncamera’s? Coming up!

            Net als een leuke media-randprogrammering rondom de aanstaande Kunsttour, een evenement dat al wat langer behoort tot het artistieke stadstableau, maar dat nog altijd zeer relevant is: lekker binnenlopen in al die gruizige ateliers, omver geblazen worden door een werk, en eventueel meteen zaken doen. Wanneer kun je dat nou?  Zo zag ik onlangs een briljant werk van een jonge schilder – tijd, locatie en zijn naam blijven hier maar even ongenoemd – waarvan ik wist dat ik heel blij zou worden als het de komende twintig, dertig jaar in mijn huis mag hangen. De kunstenaar was er op dat moment niet, dus later sla ik aan het mailen, bellen, appen en – nouja, we zijn drie maanden verder en er is nog steeds geen contact geweest. Daar is zo’n KunstTour dus ook zeer geschikt voor: in gesprek raken met talent dat bereikbaar zijn en omzet draaien beschouwt als suffe bijzaken. 

            Een ander cultureel evenement waar we ons als stadsstation op verheugen is de Maastricht Summer Exhibition, analoog aan die in Den Haag, die weer analoog is aan die in Londen, waarbij een deskundige jury kunstwerken selecteert zonder te weten wie het werk heeft gemaakt; iedereen, amateur en professional, mag eigen werk voordragen. Wat? O, ik hoor net dat Maastricht dat helemaal niet heeft, zo’n zomertentoonstelling. Eh… okay. Dan moeten er binnenkort maar ’s wat uitnodigingen de deur uit voor een eerste cultureel overleg. Want de Maastricht Summer Exhibition 2018, da’s gewoon een hartstikke goed idee. En RTV Maastricht gaat er uitvoerig verslag van doen.


4. LERENDE ORGANISATIE

RTV Maastricht is een lerende organisatie. Ik vind dat een prachtige uitdrukking. Je hoort ‘m steeds vaker. Zelfs in het arsenaal aan standaardantwoorden van politiewoordvoerders. Daar worden we dan weer een beetje nerveus van: het oefenen van een nekklem, bijvoorbeeld, dat doe je maar lekker bij je collega.

Maar goed. Lerende organisatie, wat is dat?

Bij de stadsomroep betekent het onder andere dat er een permanente stroom aan stagiairs en vrijwilligers over de redactie dwaalt. Zij zijn afkomstig van communicatie- en media-opleidingen, het zijn statushouders die werkervaring willen opdoen, of liefhebbers die zich melden op eigen initiatief, omdat ze even in between jobs of studies zijn, of simpelweg zin hebben om naast hun werk of andere activiteiten bij te dragen aan mooie programma’s. Hiermee is RTV Maastricht een melting pot bij uitstek, waar het gesprek aan het ene bureau de situatie in Syrië tot onderwerp heeft, één bureau verder het weekjournaal door expats in het Engels wordt ondertiteld, en waar het aan bureau drie de afgelopen maand ononderbroken ging over de vastelaovend. Alaaf!

            Want carnaval – je komt er in Maastricht niet mee weg om dat in anderhalf nieuwsonderwerpje af te doen. Hebben we natuurlijk ook niet gedaan. Sterker nog, het ‘lerende’ is een integraal onderdeel van alle uitzendingen geweest. Nieuwe mensen op nieuwe posten, nieuwe apparatuur, de inzet van nieuwe platforms, uitvoerige tests. Dat verliep aanvankelijk onwennig, zoals bij het uitroepen van de prins – veel WTF-momenten! –maar als snel vielen de puzzelstukken op hun plaats: de meer dan 50.000 enthousiaste reacties van kijkers en luisteraars spreken boekdelen. De machtsoverdracht, de grote optocht en andere programma’s werden online zo’n 5.000 keer gedeeld. Het America first, Maastricht second-filmpje van burgemeester Annemarie Penn-te Strake bleek de grootste kijkhit.

            Ook een driedelige serie van Kenneth Kruijntjens, enkel te zien op onze Facebook-pagina, is al tienduizenden keren aangeklikt. In deze reeks volgt Kenneth carnavalszanger Jèrôme Gelissen. Omdat Kenneth daar zin in had. En wij bieden graag een platform. Eerst op Facebook, en als het daar lekker loopt gooien we het ook op de eigen site (en volgend jaar wellicht op tv). Kan allemaal. Dat is wat een lerende organisatie ook is.

            Dat al deze carnavalsuitzendingen – radio, tv, web – liefst meer dan een half miljoen keer zijn bekeken, vinden we erg mooi. Dat is toch vier keer het inwonertal van onze stad. Óf we houden halsstarrig vol dat een Maastrichtenaar doorgaans vier keer naar dezelfde uitzending kijkt – zou kunnen Lachen –  óf we stellen vast dat carnavalsliefhebbers overal ter wereld gewoon weten waar ze met de vastelaovend moeten zijn. Inderdaad, bij hun vertrouwde stadsomroep.

            Ondertussen, met de confetti nog in ons haar, experimenteren en vernieuwen we ook op andere fronten. Dat kan m’n neefje ook is de titel van een kakelvers kunstprogramma, aflevering één staat inmiddels online. Met de presentator is het flink behelpen, maar dat is omdat al het echte talent die dag verhinderd bleek. Overigens is dit maandelijkse tv-programma maar één verschijningsvorm van Neefje. Op 7 april ’s avonds bijvoorbeeld verzorgen de makers een live-uitzending tijdens de Museumnacht in het Centre Ceramique, met naar verwachting te gast onder andere Bart Chabot en opvallend veel Elvis Presley op de playlist.

            We steken ook veel energie in onze themaweken, Gezond! bijvoorbeeld, over de stand van zaken in de geneeskunde, een serie die sinds maandag maandag te zien is, in de aanloop naar de open dag van het Maastrichtse ziekenhuis, het MUMC+. Op die zogeheten Doe- en Beleefdag, zaterdag 18 maart, komen we live vanuit de centrale hal met een uitzending boordevol medisch specialisten en patiënten. En dan leren we weer van alles over bijvoorbeeld glaucoom, hartritmestoornissen of de ziekte van Huntington.

            Ook een evenement of iets anders in de aanbieding waar wij een leuke themaweek omheen kunnen boetseren? (En waar we allemaal iets van leren?) Bel gerust! Kijken wat we samen kunnen.

3. DOORKNALLEN

Zo, dat zit er weer op, 2016. En wat een wonderlijke eindsprint hebben we gehad: ons station stond eerst een week lang in het teken van de opening van de A2-tunnel, en aansluitend was het alle hens aan dek voor de feestdagenprogrammering, waaronder live vanaf het Vrijthof op kerstavond de nachtmis – voor de kijker niks nieuws, maar voor ons de eerste keer dat we dit programma zo goed als helemaal produceerden in eigen beheer. En waarom ook niet? Het is allemaal geen hersenchirurgie. Ik noem ook nog graag Staat van de stad, een half uur lange fietstocht door Maastricht, afgewisseld met prachtige time lapse-scènes, van onze medewerker Vincent van den Bergh. Opgeteld bleken de beelden meer dan de som der delen: een sprankelend portret van een stad in beweging, aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Dat zou althans mijn omschrijving zijn als ik het programma eind 2066 uit de archieven zou opduikelen.
     Maar goed, eerst maar ‘s 2017. We knallen er straks vrolijk in met live radio en tv vanaf de begane grond van het Centre Céramique, iedere dag rond het middaguur, dagelijks ankerpunt voor iedereen die is geïnteresseerd in Maastrichtse politiek, cultuur en economie. De eerste proefuitzendingen waren vertrouwd en veelbelovend: vertrouwd omdat we bekers koffie omstootten en struikelden over kabels, veelbelovend omdat twintig meter verder een jazzduo zich opmaakte voor een lunchconcert. Wisten we niet, maar wat maakt het uit: tijdens de show werden extra kabels uitgerold, microfoons geplaatst, de muzikanten schoven aan voor een interview en na een cue van presentator Tejo Verstappen (foto) werd het concert vlekkeloos in de uitzending vervlochten.  
     Heerlijk.

Tejo Verstappen

     Op de mededeling ik komradio maken zal mijn reactie altijd luiden is radio kapot dan?, maar ondertussen is en blijft het natuurlijk een fantastisch medium. Heel lang geleden – in de tijd dat we het nog spelden als radieau – moest ik halverwege een spannend café-interview dringend naar het toilet. Ik nam mijn Nagra (een zware bandrecorder) maar mee, want de clièntele van deze kroeg was van het type dat alles snaaide dat niet zat vastgeschroefd. Bij terugkomst stond een nieuw drankje klaar en kon het gesprek worden voortgezet. De volgende dag bij de montage bleek ook het hele intermezzo op de wc opgenomen: een klaterende straal, vergezeld van wat onvast gezongen strofen uit Ain’t nobody – de versie van Chaka Kahn, uiteraard, niet die zouteloze cover van een paar jaar geleden. Enfin, ik had het overduidelijk naar mijn zin. En besloot de sessie maar in de uitzending te laten.
     Hoe we zoiets destijds omschreven herinner ik me niet, maar tegenwoordig zouden we het een WTF-moment noemen. Van dat soort momenten kan geen station er genoeg hebben. Zo heeft 3FM er al een tijdje te weinig, mede door het vertrek van een paar presentatoren. Dat zie je terug in de luistercijfers. Andere stations – met ongewijzigde cijfers – maken zich daar vervolgens vrolijk om, en daar moet ik dan weer om grinniken: nadat een verzengende storm de bergtop heeft weggeslagen, roept de halverwege achtergebleven bergbeklimmer dat hij bovenaan staat.
     Ach ja, cijfers. Ze moeten altijd stijgen. Ik kan iedereen geruststellen: in het geval van RTV Maastricht is dat onvermijdelijk. Als je een beetje creatief omgaat met de zelfdenkende cameraregiesystemen van tegenwoordig, kan bijvoorbeeld iedere radioshow eruit zien als – pak ‘m beet – een tv-programma als Pauw. Zet in de radiostudio twee sinaasappelbomen erbij voor de kleur, eventueel een potje pancake voor dat glimmende voorhoofd – en klaar. Natuurlijk zetten we zo’n simultane radio- en tv-uitzending meteen door op al onze webplatforms. Het is alleszins denkbaar dat je thuis de tv aanzet, halverwege het programma in je auto stapt, op de radio verder luistert, uitstapt, tijdens het wandelen op je smartphone de laatste ontwikkelingen volgt op onze RTV Maastricht-webpagina’s, waaronder die op Facebook, Youtube, Snapchat enzovoorts, om tenslotte te eindigen in het Centre Céramique, waar je fysiek het staartje van de uitzending bijwoont.
     Het kan allemaal. Niet alleen het doorgeven van programma’s is doorlopend aan verandering onderhevig, ook het maken van die programma’s. Nou neem ik even drie stappen tegelijk, maar waarom is het tv-nieuws op alle zenders al een halve eeuw hetzelfde? Redacteuren draaien een item, knippen en plakken dat creatief aan elkaar en vervolgens leest een studiopresentator vier verbindingsteksten voor en suggereert ‘een geheel’.
     Maar het tv-nieuws kan ook zijn: zes redacteuren met een smartphone ergens in de stad. Gedurende de dag krijg je op je eigen telefoon de melding: RTV Maastricht is now live. Vanaf het gemeentehuis, een dierenboerderij of demonstratie – noem maar op. Je kunt meteen kijken. Maar je kunt ook wachten tot ’s avonds, als dat handjevol nieuwsfragmenten – automatisch geplaatst in een carrousel – achter elkaar wordt vertoond op tv.
     Voor de makers is het spannend, want alles is live en moet in één take worden gedraaid. Heb ik een mooi opening shot? Welke inleidende regels spreek ik hierbij uit? Hoe draai ik mijn smartphone naar mijn gast? Hoe rond ik af? Leuk om over na te denken. Sterker nog, we gaan het ook maar meteen proberen. Niet direct bij het tv-nieuws, maar al wel een beetje tijdens de aanstaande carnavalsprogrammering. Laat je tv maar gewoon aanstaan, hou je telefoon bij de hand. Ik voorspel prachtige WTF-momenten.


2. TYRANNOSAURUS REX

“Het is juni 1673 en we zijn op een zonovergoten Pietersberg,” zegt de programmamaker, onderuitgezakt in Cubico Caffè even na acht uur ’s ochtends.
         Ik neem een hap van mijn croissant.
         “In de verte klinkt oorlogsgerommel,” vervolgt hij. “Een oudere musketier neemt afscheid van zijn assistent en overhandigt hem een leren buideltje.”
         “Wacht even,” zeg ik. “Kan die buidel door een busje van DHL gebracht worden, stel dat die willen sponsoren?”
         “Dat kan niet.”
         “Okay.”
         “Die assistent wandelt naar een grot. Verkent die op zijn gemak. Maakt een slaapplaats voor zichzelf, stookt bij de ingang een vuurtje. Het wordt nacht, dag, opnieuw nacht…”
         “Hij doet niet zoveel, begrijp ik.”
         “Klopt. Maar dan ontdekt hij verderop in de grot oude rotstekeningen. Van jagers in berenvellen, die achter een mammoet aanhollen. Hij hoort een geluidje, kijkt verschrikt achterom, en ziet bij zijn vuurtje precies zo’n jager zitten. We komen dichterbij. En wat denk je?”
         “O sorry, ik dacht even niks.”
         “Het is precies dezelfde man. Die assistent is nu de jager in z’n berenvel! Vanaf hier volgen we alles vanuit het perspectief van deze holbewoner.”
         “Eh… ja?”
         “Dan schrikt hij van een Tyrannosaures Rex, die met zijn kop om de ingang piept.”
         “Misschien is het beter als die holbewoner schrikt van het geluid van een tyrannosaurus,” onderbreek ik. “Scheelt in de kosten.”
         Beteuterde blik. “Maar er volgt een stevig gevecht, eigenlijk …”
         “Nee, hoeft niet, hoor. De tyrannosaurus wandelt ongezien verder. Gevaar geweken. Die haai in Jaws zag je het eerst uur ook niet.”
         “Mja…. En dan volgen we zo’n beetje de dagelijkse routine van deze figuur.”
         Ik knik bemoedigend. “Is er nog iets van een… eh, apotheose?”
         De programmamaker veert op. Gebaart druk. “Een exterieurshot van de grot. Holbewoner wandelt naar buiten. Alleen draagt hij nu een hedendaags driedelig pak, in zijn hand een broodtrommel. Hij stapt fluitend op zijn fiets en gaat naar zijn werk, een kantoor ergens aan de rand van de stad.”
         “En dan?”
         “Nee, dit was het. David Lynch meets Alex van Warmerdam. Mysterie. Maastrichtse geschiedenis. Grote, onbeantwoorde vragen!”
         “Misschien iets voor begin volgend jaar,” opper ik. “Op kerstavond doen we toch maar gewoon de nachtmis. Anders ligt half Maastricht verward in bed.
         Na het werkontbijt, op weg naar de redactieburelen, parkeer ik de dinosauriërs in een ongebruikte hersencel. Laat maar even marineren tot we er een doelgroep aan kunnen hangen die iets groter is dan de bezetting van een treincoupé op dinsdagavond.
         Voor een andere doelgroep, de niet-Nederlandstaligen in onze stad – zo’n 20.000 studenten, expats and what have you – zijn we inmiddels flink aan de slag gegaan. Over de redactiegang dwalen onder meer New Yorkers, Berlijners, Moskovieten en Ulaanbaatarianen (als dat de juiste vervoeging is), allemaal enthousiaste import die bereid is vrije tijd op te offeren aan de verdere internationalisering van RTV Maastricht. Redacteuren Tejo Verstappen en Kevin Lux zijn maar druk met de begeleiding van dit internationale gezelschap: gewegeld pwaten ze onbedoeld met die Amewikaanse accent. De  ambities zijn er dan ook naar. Zo gaan we vanaf heden het nieuwsoverzicht van afgelopen week ieder weekend in het Engels ondertitelen.
         Daarnaast zal de nieuwe groep vrijwilligers bijdragen gaan verzorgen voor de Engelstalige pendant van onze Facebook-pagina, weldra online beschikbaar. Vanaf dat moment schrijven wij niet alleen meer – zoals onlangs – dat de overblijfselen uit het paardengraf van Borgharen terug zijn in de stad, maar ook dat the Borgharen horses have returned from the dead! Ja, aan die vertaling moet ik misschien nog een beetje schaven, maar daar hebben we dus die native speakers voor.
         Die trouwens ook Engelstalige radioprogramma’s gaan maken. Met handige tips, cultuur- en uitgaansagenda’s en obscure hometown pop waarvan we nog nooit hebben gehoord. En op tv 

Duivelsgrot

hadden we al Breaking Maas, ook ondertiteld, een club vrolijke studenten die zelf hun opnames draaien en aan elkaar knippen en plakken, en die bij een opsomming van favoriete hotspots friture Reitz liefkozend the Ritz noemen.
         Ondertussen werken we ook aan onze eigen zichtbaarheid, een op termijn dagelijkse lunchshow – op radio, ook te zien op tv – vanaf de begane grond van het Centre Céramique, waarbij publiek welkom van harte welkom is. Een beetje Het Glazen Huis meets De Wereld Draait Door, zo pitch ik dit voornemen aan iedereen die het horen wil. Het programma moet een informatief, cultureel en educatief ankerpunt voor de stad zijn, met terugkerende deskundigen namens de bieb, het Natuurhistorisch Museum en Kumulus over respectievelijk bijzondere boekuitgaven, bijzondere historische objecten en wellicht wat clinic-achtige bijdragen over muziek. Maar ook kenners inzake film, beeldende kunst en de Maastrichtse politiek zullen aanschuiven. Bovendien staat er een interruptiemicrofoon voor burgers die gewoon iets kwijt willen. De groeten doen aan je vrouw die naast je staat? Nou vooruit, voor deze keer.
        We hebben al een paar keer geproefd aan hoe het kan worden, zowel technisch als inhoudelijk, met het radioprogramma Bij De Lieuwe. Dat smaakte bepaald naar meer. De eigen mobiele radio- en tv-set is inmiddels besteld. In gedachten zag ik ook al onze rode M gigantisch groot op het raam geschilderd. Dat zag de directeur van het Centre dan weer niet Lachen. Nouja, ik heb liever ook niet dat iemand met tien verfblikken mijn huiskamer binnenstapt en in der Beschränkung enzovoorts, dus bekijken we nu of boven de gloednieuwe presentatiedesk-op-wieltjes een met helium gevulde inflatable kan zweven, een ronde, witte ballon met een rode M. Die dingen zijn best duur. Gelukkig is er op die witte bol nog voldoende ruimte beschikbaar voor de naam van een sponsor (wij zijn dagelijks telefonisch en per mail heel goed bereikbaar, sprak hij schaamteloos).
        Die ballon gaat ook elders in de stad zweven. Dat is het mooie: de mobiele set is in een handomdraai ingepakt, om vervolgens een middagje live verslag te kunnen doen vanaf de Kamer van Koophandel, de kinderboerderij te Daalhof, popfestival Bruis, restaurant Bergrust (over wandelen en grotten, samen met de VVV) of vanaf een van de vele beurzen in het MECC. Ik loop mezelf hier voorbij, realiseer ik me, terwijl ik de lift in het Centre naar boven neem, want gesprekken met deze partijen hebben we nog helemaal niet gevoerd. Moar ’t kúúúmp, nodig ik iedereen bij deze vast uit.
        Op de zesde verdieping neemt de redactie het nieuws door. Veel persberichten die bedacht zijn door marketingafdelingen. Het is bewonderenswaardig hoeveel prijzen – en daarmee mogelijke publiciteitsmomenten – alle verschillende beroepsgroepen voor zichzelf weten te bedenken. Misschien moeten wij ook maar een RTV Maastricht Award instellen. Maar voor welke bijzondere prestatie?
        “Beste reportage door een vrijwilliger”, poneert een redacteur.
         “Geweldig, laat maar even een paar dagen marineren,” stel ik voor. Want van marineren wordt alles altijd veel beter.
         Ondertussen verkennen we het overige nieuws. Mails van burgers die boos zijn over een politiek besluit. Waarna zich een discussie ontvouwt over het mandaat van dat clubje ontevredenen: spreken zij, behalve voor zichzelf, voor drie of driehonderd anderen? En de betreffende politicus dan, hoeveel voorkeursstemmen had die destijds eigenlijk?
         Heerlijk.
         Ik kijk uit het raam en zie ergens ter hoogte van de Beatrixhaven een bescheiden rookpluim. “Daar”, wijs ik, “dat is alvast één kort bericht.”
         Een andere redacteur schuift verlaat aan. “Ik droomde vannacht dat ik een dierenwinkel had met piepkleine dinosauriërs,” begint hij ongevraagd. “Ze vraten gewoon door de spijlen van hun kooitjes heen. En je kunt ze natuurlijk plat trappen, maar dan snij je jezelf als ondernemer wel danig in je vinger.”
         We vallen allemaal even stil. Uit mij jaszak diep ik een briefje op. “Hier. Dit is het nummer van een programmamaker die ik vanochtend sprak. Jullie moeten eens wat ideeën uitwisselen.”
         Later op de dag maakt cameraman en fotograaf Ronald van den Hoven tussendoor een foto van de Duivelsgrot op de Pietersberg (zie foto). Thuis photoshop ik er een Tyrannosaurus Rex in. Hmm. Ziet er toch wel goed uit.


1.OPENING SHOT

Laten we iets doen met een drone, stelt een programmamaker voor. Je bedoelt met een camera eraan?, vraag ik voor de zekerheid. Want ja, voor hetzelfde geld keur je nietsvermoedend een terroristische actie goed.
           De cameradrone: iedere tweede muziekclip opent er tegenwoordig mee. De zanger of dj staat op het dak van een flatgebouw, een superheld die met hangende mondhoeken zijn geplaagde biotoop overziet. Met dank aan het laatste rijtje Batman-films. Oogt geweldig, dat wel.
           Mijn favoriete drone-shot stamt uit de tijd dat je daarvoor een heuse helicopter nodig had. Ik was twaalf en mocht eindelijk in mijn eentje naar films vanaf 12 jaar. Ik koos Sharky’s Machine, een politiedrama met de stoere Burt Reynolds. Grote stad, drugdeals, ambtelijke corruptie. Wat wil een kind nog meer? O ja, Rachel Ward in haar beste jaren. Enfin, het zaallicht gaat uit en op het doek openbaart zich het winterpanorama van Atlanta. (Ik dacht jarenlang New York, maar wat maakt ‘t uit.) Een eenzame saxofoon klinkt. Mooi tegenlicht. We zien hoogbouw die verderop in het verhaal terugkeert. De sax krijgt gezelschap van een toetsenmotiefje en van de stem van Randy Crawford. En dan barst het machtige Street Life open, briljant verklankte zelfkant. De helicopter zwerft langs een viaduct, zoomt in op een wandelende man. We identificeren hoofdrolspeler Reynolds. En cut. We volgen hem nu vanaf de grond. Het avontuur is begonnen. Schitterend.
           Wij kunnen die opening overslaan. U weet al waar we zijn. En ook wie we zijn. Uit onderzoek blijkt dat 97% van de Maastrichtenaren onze rode M herkent als die van het eigen radio- en tv-station, een score vergelijkbaar met die andere M, die gele van dat hamburgerrestaurant. Dus dat zit wel snor.
           Er zijn nog wel wat journalistieke W’s die onze aandacht behoeven. Zoals: wat gaan we de komende tijd doen? Veel. En alles natuurlijk tegelijkertijd. We willen zichtbaarder zijn. Wendbaarder. Want onze uitvalsbasis, de zesde verdieping van het Centre Ceramique, biedt een voortreffelijk uitzicht, maar u ziet ons niet zo goed. Dus willen we naar beneden. Achter het raam (we zijn tenslotte een publiek lichaam). Een gezellige ontmoetingsplek, is de ambitie, waar iedereen aanschuift en de microfoon kan pakken. Ondernemers, expats, bestuurders, kunstenaars, tentoonstellingsmakers, maar ook luuj die problemen hebben met de tekst glutenvrij op een fles cola. Een dagelijks verrassend en informatief trefpunt. En is het op zeker moment elders in de stad te doen – vastelaovend, openingen, beurzen – dan pakken we de hele handel in en verhuizen voor een dag of wat naar dáár waar het gebeurt. Live.
           We gaan daarnaast méér mensen bedienen, zonder de trouwe kijk- en luisterschare van ons te vervreemden. Dat doen we bijvoorbeeld door de niet-Nederlandstalige en niet-Limburgstalige gemeenschap (toch zo’n 20.000 man) podia te bieden. En door de banden met de plaatselijke politiek aan te halen, want verslaglegging van de democratische dynamiek tussen burger, media en politiek is simpelweg een van de redenen van ons bestaan. Dat spel willen en moeten we spelen.
           We zetten ook stevig in op de kracht van onze vrijwilligers, ons geheime journalistieke leger, wat mij betreft. En vanzelfsprekend op de generatie voor wie tv steeds vaker een ding is dat bij oma op het dressoir staat: die enthousiaste jongens en meiden die op Youtube eigen kanalen starten en mij mededelen dat ik vanaf volgende week een media-implantaat kan krijgen. Ik hoef na een alert maar drie keer met m’n ogen te knipperen en ben bij het programma dat RTV Maastricht op dat moment maakt, virtueel aan tafel tussen presentator en studiogast. Of op de boot richting Klein-Ternaaien. Of in de kazematten. Zeiden ze nou vanaf volgende week? Misschien dat het iets langer gaat duren. Maar de weg ernaartoe volgen we met grote belangstelling. Door vernieuwende samenwerkingen aan te gaan. Door nieuwe apps en platforms te ontwikkelen.
           Voor dit alles – en de opsomming is geenszins uitputtend – zijn ideeën nodig. Ideeën die resulteren in sprankelende bijdragen en programma’s. Waarbij inhoud vóór de vorm gaat, als het even kan. (Vooruit, misschien gebruiken we een of twee drones.) Gelukkig weet ik mij omringd door zeer ernstig getalenteerde collega’s, vaak met een chronisch gevoel voor humor. Ik ben ook aangenaam verrast door de bevlogen creatieven die ons benaderen via bijvoorbeeld LinkedIn en Facebook. En door de potentiële sponsors, waarvan we er overigens veel meer hopen te verwelkomen. Met iedereen zitten we aan tafel, we verkennen kansen en pingpongen al dan niet realistische hersenkronkels. Koken met Volstrekt Onbekenden? Waarom niet? Na anderhalve aflevering voelen die kandidaten als familie.
           Ondertussen voel ik mij als dat kind dat het liefst alle kadootjes verklapt ruim vóór de verjaardag. Maar uiteraard vervatten we alle voornemens eerst netjes in beleidsplannen, in gegarandeerd grappenvrij proza, waarbij hier vermeden woorden als synergie en verbinding nadrukkelijk wèl zullen opduiken. Want dergelijk taalgebruik mag aan inflatie onderhevig zijn, ook deze containerbegrippen illustreren adequaat de rol van RTV Maastricht als een kleurrijke stadsvergaarbak van informatie, cultuur en educatie.


            Allez, we kunnen maar vast begonnen zijn. Ga met ons mee. Mee op avontuur. Bijgaande prachtige foto is van cameraman en editor Ronald, genomen aan de oostoever van de Maas, onder de Noorderbrug. Een torenspits piept aan de einder. Het dient als opening shot voor het splinternieuwe, volgende hoofdstuk van RTV Maastricht. Wij zijn al in de stad, kijken om ons heen. Verderop, daar ergens achter het Landbouwbelang,  daar lonkt het rumoer, de verhalen waarvan u en ik vandaag nog niet weten dat we er morgen middenin zitten. Wij zoeken alleen nog even de beste plek om te parkeren.